Piekeren voelt nuttig. Alsof je, als je maar lang genoeg nadenkt, de oplossing vindt. Maar piekeren en nadenken zijn niet hetzelfde. Nadenken leidt ergens heen. Piekeren draait rondjes en laat je vermoeider en onrustiger achter dan je begon.
Waarom we blijven hangen
Je hoofd probeert controle te krijgen op iets onzekers. Door het gevaar alvast in te vullen, lijkt het minder bedreigend. Het probleem: er komt geen einde aan. Elke beantwoorde ‘wat als’ roept een nieuwe op.
Drie handvatten
1. Benoem het. Zeg tegen jezelf: ik ben aan het piekeren. Door het te benoemen, stap je een halve stap uit de stroom. Je bent niet je gedachten, je hebt ze.
2. Zet het op een tijd. Plan een vast ‘piekerkwartier’ op de dag. Komt er overdag een zorg langs, schrijf hem op en zeg: straks. Vaak is de helft tegen die tijd vervlogen.
3. Kom terug in je lichaam. Piekeren speelt zich af in je hoofd. Voel je voeten op de grond, adem langer uit dan in, noem vijf dingen die je ziet. Je hoofd kan niet tegelijk malen en aanwezig zijn.
Je hoeft het denken niet te winnen. Je hoeft er alleen uit te stappen.
Wanneer het meer vraagt
Soms is piekeren een bovenlaag van iets dat dieper zit: een oude angst, een gebeurtenis die nog ruimte vraagt. Als het je dagelijks leven beperkt, is het waardevol om er samen naar te kijken. Lees meer over angst en piekeren.